Summary decision
Het samenvattende advies van de commissie luidt als volgt:
"De opleiding heeft haar kerndoelstellingen afgeleid uit zeven leerresultaten en de kerndoelstellingen gekoppeld aan opleidingsonderdelen. Kerndoelstellingen worden in ECTS-fiches concreet gemaakt naar leerdoelen en leerinhouden. De opleiding werkte een competentieprofiel uit.
De doelstellingen van de opleiding zoals geformuleerd in de kerncompetenties en het competentieprofiel voldoen aan het niveau en de oriëntatie zoals vereist door de decreetgever. Het werkveld onderschrijft de domeinspecifieke eisen. De eindkwalificaties zijn getoetst bij het werkveld. Het domeinspecifiek leerresultatenkader situeert zich binnen het niveau 6 (bachelor) van de Vlaamse kwalificatiestructuur.
De professionele gerichtheid van de opleiding wordt gedragen door drie programmalijnen waarbij werkveldleren centraal staat. De begeleiding van de cursist op de werkplek is formeel vastgelegd in een tripartiete overeenkomst. De opleiding hanteert een concept voor actie- en praktijkonderzoek. De professionele ontwikkeling wordt gerealiseerd door onder meer collegiaal leren, een verantwoorde omgang met wetenschappelijk onderwijskundige literatuur, integratie van (basis)kennis in eigen school en bredere onderwijscontext door praktijkonderzoek, een leeromgeving die verkenning van de eigen praktijkcontext stimuleert, verwerven van competenties om het implementeren van vernieuwingen en het overkoepelende schoolbeleid te ondersteunen. De begeleiding door een mentor in de eigen school en tweedaagse samenkomsten met directies vormen het verband met de actuele onderwijspraktijk. Voor elke module en het opleidingsonderdeel 'onderzoek en innovatie' is er verplicht studiemateriaal geïnventariseerd. Daarnaast wordt ook een overzicht van aanbevolen literatuur gegeven.
Het programma leidt schoolontwikkelaars op die gekwalificeerd zijn voor de uitvoering van hun taken. De module 'innovaties in de onderwijscontext' dient meer aandacht te hebben voor relevante en actuele beleidsinitiatieven en verwachtingen in de onderwijscontext. De leerlijn 'onderzoek' is geformuleerd in functie van innovatie. Actieonderzoek wordt verruimd tot praktijkonderzoek met een leerlijn die de eigen onderwijspraktijk van de cursist, de onderwijspraktijk van de collega's en de context van de eigen school omvat. Praktijkonderzoek is gericht op schoolontwikkeling. Curricula Vitae tonen aan dat onderzoeksexpertise aanwezig is binnen het docententeam.
Er is een adequate relatie tussen de doelstellingen en het programma. Leerdoelen zijn logisch afgeleid van de eindkwalificaties, die op hun beurt omgezet zijn in programmaleerdoelen. De opleiding heeft heldere keuzes vastgelegd met betrekking tot leerinhouden, didactische werkvormen, evaluatievormen en studiemateriaal en deze concreet uitgewerkt in afstemming met de eindkwalificaties. Kerndoelen worden geëvalueerd op doorgroei - en gevorderd niveau, 'onderzoek en innovatie 3' op expertniveau.
Het programma is inhoudelijk logisch ontwikkeld en een coördinatiegroep bewaakt de inhoudelijke afstemming en coherentie ervan. De inwisselbaarheid van modules 2 en 3 De opleiding voldoet aan de formele eisen met betrekking tot de studielast en -omvang.
De toelatingsvoorwaarden hebben betrekking op diploma's, een werk(praktijk)ervaring van minstens 5 jaar in het onderwijs en de afsluiting van een tripartiete overeenkomst. Het programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de instromende cursisten.
De inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische deskundigheid van het docententeam voldoet aan de noodzakelijke basiskwaliteit. Docenten en gastsprekers met deskundigheid in praktijkonderzoek, onderwijs- en schoolontwikkeling leggen de verbinding tussen het programma en de onderwijspraktijk. Professionalisering van het docententeam wordt opgenomen door de hogeschool en op opleidingsniveau is er samenwerking met de Marnix Academie (Nederland).
Het aantal personeelsleden volstaat om het vooropgestelde programma van de opleiding bij de verwachte instroom met de vereiste kwaliteit te starten en te continueren. De huisvesting en de materiële voorzieningen voldoen aan de standaarden van hedendaags onderwijs en zijn toereikend om het programma te realiseren. De opleiding voorziet personele capaciteit voor studie- en trajectbegeleiding die afgestemd zijn op de individuele kenmerken en noden van cursisten. Op de wekplek worden de cursisten begeleid door een mentor (schooldirectie). Mentoren nemen deel aan mentorensessies.
Het systeem van interne kwaliteitszorg dat de hogeschool ontwikkelde waarborgt een systematische aanpak, de evaluatie van verzamelde informatie en de implementatie van acties tot verbetering en borging. Docenten, medewerkers, cursisten, afgestudeerden en het werkveld worden via diverse overlegkanalen en evaluaties betrokken bij kwaliteitszorg.
Het management waarborgt dat de opleiding zal worden ingericht en dat cursisten hun opleiding in de hogeschool zullen kunnen afwerken. De investeringen en financiële voorzieningen die zijn opgenomen in de meerjarenbegroting van de hogeschool zijn toereikend.
Alles overziend adviseert de commissie de NVAO om positief te besluiten ten aanzien van de kwaliteit van de nieuwe opleiding Bachelor in het onderwijs: schoolontwikkeling (bachelor na bachelor) van de Hogeschool-Universiteit Brussel."